Jacques Jetten (Aeternus) deelt acht M&A-trends voor 2025

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de M&A-markt dit jaar verder zal herstellen. Tegelijkertijd zijn er nog volop uitdagingen. Jacques Jetten, founding partner van Aeternus, deelt acht trends die van invloed zullen zijn op fusies en overnames in 2025.
1: Strategische kopers zijn gericht op schaalvergroting en nichemarkten
De strategische kopers zullen in 2025 onverminderd actief zijn op de overnamemarkt. Zij richten zich hierbij vooral op het realiseren van synergievoordelen. Externe ontwikkelingen dwingen veel bedrijven om op zoek te gaan naar schaalvergroting.
Belangrijkste drivers hiervoor zijn de krapte op de arbeidsmarkt, robotisering en noodzakelijke investeringen op het gebied van data en AI. Schaalgrootte zorgt bovendien ook voor een betere concurrentiepositie. Daarnaast doen strategische kopers overnames om hun productportfolio te verbreden en een betere positie op te bouwen in nichemarkten, waar de marges en de klantretentie hoger zijn dan in de meeste markten.
Private equity kan de schaalvergroting van deze strategische kopers versnellen door geld in te brengen voor het voeren van een actieve buy-and-build-strategie of het versnellen van de autonome groei. Marktpositie veroveren is immers een kwestie van timing en kan niet afhankelijk zijn van de autonome financieringscapaciteit.
2: Private Equity heeft eerste prioriteit bij portfoliobedrijven en buy-and-build
In 2024 was er sprake van een bijzonder laag aantal exits door private equity. Oorzaken hiervan zijn tegenvallende resultaten bij de portfoliobedrijven, integratieproblemen en mislukte exits.
Een groot aantal fondsen focust zich op verbetering van de rendementen van de portfoliobedrijven. Naast interne verbeterprocessen kan dat ook door kleinere bedrijven in de branche te kopen en deze bedrijven op de een of andere manier te integreren. Dat laatste zien we in 2025 toenemen.
Marktpartijen zoals Brookz schrijven dat private equity veel geld in kas hebben (het zogenaamde ‘dry powder’) en daarom ‘eager’ zijn om te investeren. Maar dat is M&A bla bla… Alsof ze gemakkelijker geld uitgeven en hogere prijzen betalen omdat ze meer geld in de zak hebben. Dat is echt onzin.
In de praktijk blijven private equity-fondsen natuurlijk net zoals altijd kijken naar nieuwe kansen. Dat is immers hun vak. Maar ze zijn ook gevoeliger dan ooit voor afwijkingen, marktontwikkelingen en de geopolitieke situatie. Per saldo is de investeringsbereidheid net zoals anders, met een tikkeltje meer voorzichtigheid dan normaal.
3: Nederland blijft aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders
Nederland blijft voor buitenlandse investeerders aantrekkelijk. Een betrouwbaar en goed economisch klimaat en een goede kwaliteit van medewerkers zijn hiervoor sterke pijlers.
Daarnaast zijn de prijzen van bedrijven in Nederland gemiddeld lager dan in het buitenland. Nederland beschikt bovendien over een prima belastingklimaat voor ondernemers en is een goede uitvalsbasis voor het verder uitbouwen van een bedrijf binnen Europa. We verwachten dan ook dat het aantal private equity-toetreders op de Nederlandse markt ook in 2025 verder zal stijgen.
Lees ook: Private equity in Nederland: De stand van zaken.
4: De favoriete branches
De nummer één op de investeringsmarkt is nog steeds de ICT-sector, met specifieke aandacht voor clouddiensten, software, SaaS, data, AI en cyberveiligheid. Als tweede de bouwsector, met name gericht op installatietechniek, onderhoudsbedrijven en specialisten in bijvoorbeeld daken en isolatie, maar ook bouwmaterialen en ingenieursbedrijven.
Nummer drie is zorg. Outsider in 2025 is hightech-manufacturing. Hier zien we echter door het achterblijven van investeringen in de semiconductorindustrie een vertraging optreden en dit kan ten koste gaan van het aantal overnames.
5: Toename carve-outs
Grotere bedrijven hebben in de afgelopen jaren de core competenties opnieuw gedefinieerd en zullen in 2025 onderdelen gaan afstoten om managementaandacht en geld in andere, meer bij de kernactiviteiten passende activiteiten te investeren. Dit betekent een hoger dan gemiddeld aanbod vanuit deze hoek, waar zowel private equity als collega-bedrijven zich voor zullen melden.
6: Financiering van overnames is een uitdaging
De drie banken in Nederland die het mkb en mid-corporate bedienen, koersen op verdere risicobeperking. Het voorzichtig opereren in of zelf dichtzetten van financieringen in branches maken overnamefinancieringen langs de bancaire weg moeilijker en weinig voorspelbaar.
Alternatieve financieringsbronnen zoals private debt en online initiatieven zijn steeds meer noodzakelijk, maar maken overnames ook duurder. Meer creativiteit in de dealmaking is nodig en ook maakt het de selectie van mogelijke kopers voorafgaand aan het proces belangrijker. Partijen met interne financieringsmogelijkheden hebben dan de voorkeur boven kopers die voor de overname voor financiering op pad moeten.
7: ESG in de M&A-praktijk
De ESG-impact (environmental, social en governance) is niet meer weg te denken in de M&A-praktijk. Een gerichte ESG-aanpak kan voor targetbedrijven resulteren in een hogere waardering of een hogere exit multiple.
Uit onderzoek blijkt dat 65 procent van de investeerders bereid is om een premie van één procent tot tien procent te betalen voor een bedrijf met een sterk doorgevoerd ESG-beleid.
Ruim 54 procent van de private equity-partijen voert bij zijn targets veelvuldig (>80%) een ESG-due diligence uit. Door de extra kosten die zijn verbonden aan de ESG-due diligence ligt dit percentage bij strategische partijen momenteel nog lager, maar langzaam zien we ook bij strategische partijen een toename van ESG-due diligence. De ESG-paragraaf goed invullen voorafgaand aan een verkoopproces is dus erg belangrijk.
8: Familiebedrijven meer in het vizier
Familiebedrijven werden in de afgelopen jaren meer dan ooit benaderd door private equity. Ouders zien een afnemende interesse bij kinderen om het familiebedrijf voort te zetten en twijfelen zelf ook of opvolging binnen de familie zo’n goed idee is.
In dit kader is het van belang om de alternatieven van het voorzetten binnen de familie te onderzoeken. Niet alleen verkoop aan een collega-bedrijf, maar ook private equity komt dan in beeld.
Hierbij is 100 procent verkopen aan een strategische koper of private equity wel logisch, maar er zijn ook aantrekkelijke alternatieven. Zo kan bijvoorbeeld verkoop van een minderheidsbelang aan private equity in een familiebedrijf een prima alternatief zijn. Ook de pre-exit hoort in dit rijtje thuis.
Familiebedrijven hebben standaard niet veel op met private equity. Een strategische partij heeft bij familiebedrijven de voorkeur. Het belangrijkste struikelblok om tot een deal te komen is de discrepantie in denken tussen de ‘eigenzinnige’ familie en private equity. Slechts een beperkt aantal investeerders in Nederland is in staat om dit belangrijke struikelblok te overwinnen.