Mislukte vogelfoto’s – een persoonlijke herinnering aan Nico de Haan (1947-2026)

Met het overlijden van Nico de Haan, afgelopen weekend op 78-jarige leeftijd, is onze vaderlandse ‘oervogelaar’ heengegaan. Ik heb hem precies tien jaar geleden persoonlijk leren kennen. We hadden Nico toen gevraagd om een tentoonstelling in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam te openen. Het was een kunstexpositie, getiteld ‘Ornithologie’, met ‘fotografische observaties uit het vogelrijk’ vastgelegd door (de fotolenzen van) Anne Geene en Arjan de Nooy’. Aanleiding was het verschijnen van het 300 pagina’s tellende fotoboek ‘Ornithology‘ van hetzelfde kunstenaarsduo. 

Geene en De Nooy manifesteerden zich in die tentoonstelling en in het boek als vreemde eenden in de wereld van de klassieke vogelfotografie. Veel vogels in hun foto’s zijn dood (en opgezet) andere zijn representaties (van geometrische vormen en groepsdynamiek), maar ook nestmaterialen en uitwerpselen van vogels werden getoond. Het was een tentoonstelling naar mijn hart.

Met ‘Ornithologie’ betrad de vogelkunst een nieuw gebied, met een extra laag die zowel in de vogelkunst als in de vogelwetenschap meestal afwezig is: humor. Dat moet de reden geweest zijn dat Nico de Haan niet aarzelde om te tentoonstelling te openen. Zijn gevoel voor humor was fenomenaal. 

Op 6 februari 2016 hield hij in de met genodigden volgepakte Hoboken Salon van Het Natuurhistorisch een korte openingstoespraak die hij afrondde met het tonen van een aantal van zijn (naar eigen zeggen) ‘mislukte vogelfoto’s’ voorzien van handgeschreven bijschriften. Hij zei er plechtig bij dat ze desgewenst aan de foto-expositie mochten worden toegevoegd. Dat is om kunstzinnige redenen niet gebeurd, maar als eerbetoon aan Nico de Haan is het nu een passend moment om er een aantal te tonen:

Drie ‘mislukte vogelfoto’s’ gemaakt door Nico de Haan (datering onbekend).

‘Fauna & Gemeenschap’ is terug!

Misschien wel het leukste dat ik ooit gemaakt heb, keert terug: de televisieserie ‘Fauna & Gemeenschap’ waarin ik samen met Frédérique Spigt de Rotterdamse stadsnatuur bestudeer en bemonster. De serie wordt vanaf 8 november 2025 uitgezonden op Rijnmond, en de première is 4 november (21:00) op het Wildlife Filmfestival Rotterdam in de Cinerama-bioscoop. Dit is het persbericht van Rijnmond:

Frédérique Spigt en Kees Moeliker zijn terug met zes nieuwe afleveringen van ‘Fauna & Gemeenschap’: hardcore stadsnatuur op Rijnmond


Na vijftien jaar keren zangeres Frédérique Spigt en museumbioloog Kees Moeliker terug bij Rijnmond met de televisieserie Fauna & Gemeenschap. Nieuwsgierig en met aanstekelijk enthousiasme duikt het duo opnieuw in het dierenleven van Rotterdam – op alledaagse én onverwachte plekken, dicht bij mens en maatschappij. Met hond Monk en een bakfiets doorkruisen Fré en Kees de stad: van het Zuiderpark tot het Kralingse Bos en van de Keilehaven tot Polder Schieveen. Ze speuren naar vogels, vissen, bevers, bijen, vlinders en vleermuizen. Zes afleveringen hardcore stadsnatuur, vol passie, humor en een vleugje wetenschap.

Vijftien jaar later is de vingercamera vervangen door een smartphone, de twaalfcilinder diesel van Fré door een elektrische bakfiets, en de oude biologieboeken van Kees door de app ObsIdentify. Toch gaan ze nog steeds op pad met netten, potjes en optische instrumenten.

Fré is de impulsieve, enthousiaste waarnemer; Kees de bedachtzame natuurkenner. Zij springt overal op en in, hij wacht geduldig in de bosjes. Zij vraagt, leergierig en ongeduldig; hij legt uit – met kennis, liefde en pretogen. Hond Monk zorgt ondertussen voor extra dynamiek (en lichte ergernis bij Kees).

Scène uit aflevering 6 Nachtbrakers (foto Harm Korst)

Elke aflevering begint bij en eindigt in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, met opnames uit alle hoeken van de stad en een eigen thema:

Aflevering 1 – Een nieuw begin (8 november)
Op Zuid ontdekken Fré en Kees een aalscholverkolonie. In het Kralingse Bos ziet het duo een ijsvogel. Fré vangt dikkopjes en Kees vertelt over kikkerseks.

Aflevering 2 – Het getij (15 november)
Langs de Nieuwe Maas vangt Fré een winde en duikt een meerval op. Op het Eiland van Brienenoord knaagt een bever aan de hoogste boom.
 
Aflevering 3 – Het Rotterdamse platteland (22 november)
In Polder Schieveen ontmoeten Fré en Kees weidevogels en een bio-boer, maar waar is de grote zilverreiger? Kees heeft in het museum gelukkig een doos vol.

Aflevering 4 – Nationaal Park Rotterdam (29 november)
Elk geveltuintje draagt bij aan de stadsnatuur. Fré en Kees vinden er spinnen, kevers, wantsen en vlinders. Het duo roept Rotterdam nu al uit tot Nationaal Park.

Aflevering 5 – Sloot en Plas (6 december)
Het duo zoekt krooneenden op de Kralingse Plas. Langs een singel vist Fré naar salamanders. Kees bestudeert er insecten op waterlelies.

Aflevering 6 – Nachtbrakers (13 december)
Met een warmtebeeldcamera gaan Fré en Kees de nacht in. In het pikkedonker speuren ze naar (vleer)muizen, steenmarters en bevers.
 
Bonusmateriaal
Een deel van de observaties is vastgelegd op waarneming.nl, en verschillende vondsten zijn opgenomen in de collectie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.

Première op WFFR
De nieuwe serie gaat op 4 november 2025 in première tijdens het Wildlife Film Festival Rotterdam (WFFR), met de vertoning van afleveringen 1 en 4 en een aansluitend vraaggesprek met Fré en Kees.

Uitzendingen op Rijnmond
De serie is vanaf zaterdag 8 november 2025 om 17:30 uur te zien op TV Rijnmond (daarna elk uur herhaald tot zondag 16:30 uur). Vervolgafleveringen zijn te zien op 15, 22, 29 november en 6 en 13 december. Online is ‘Fauna & Gemeenschap’ te bekijken via Rijnmond.nl.
 
Fauna & Gemeenschap werd gerealiseerd dankzij de Gemeente Rotterdam en het Natuurhistorisch Museum Rotterdam / Bureau Stadsnatuur. Concept & presentatie Frédérique Spigt & Kees Moeliker | hond Monk | samenstelling, regie & productie Harm Korst (Voor de Buis) | redactie & onderzoek Kees Moeliker | camera Armin van Asch | geluid Ton Spruit | montage Peter te Winkel | eindredactie Susanne Boekhorst (Rijnmond)
 

Dead Duck Day will spread its wings

Dead Duck Day (June 5th) is approaching, and there is good news. This year the official ceremony will take place in the Azores, at Museum Carlos Machado in Ponta Delgada on the island of São Miguel. The 30th (!) Dead Duck Day ceremony is part of the ‘Museutalks’ series at the museum’s Santo André Center, which also houses its unique natural history collection. The programme starts at exactly 15:55h (local time) and the entrance is free. For those who cannot attend: there is a livestream via MCM’s YouTube channel (June 5th 2025 17:55 CET / 11:55 US Eastern Time). Dead Duck Day has spread its wings thanks to sponsor INISI and moral support of Improbable Research.

Have your own Dead Duck Day
Anyone can, of course – anywhere, alone or in company – take a moment to reflect on the dramatic death of the bird that at 17:55h (CET) on June 5, 1995, became known as the first scientifically documented case of homosexual necrophilia in the mallard duck (Anas platyrhynchos), and then commemorate the tragedy of the billions of other birds that die(d) each year from collisions with glass buildings, and challenges people to find solutions to this global problem.

Ig Nobel Night in NEMO Science Center – Amsterdam: een avond vol humor en wetenschap

Eindelijk* is het weer zover: een Ig Nobel Night in Amsterdam! Op dinsdagavond 15 april 2025 sluit Marc Abrahams (grondlegger en organisator van de Ig Nobelprijs, en ceremoniemeester van de jaarlijkse Ig Nobelprijs-uitreiking) zijn Ig Nobel Euro Tour af in NEMO Science Museum. Samen met vier (!) teams recente Ig-winnaars verzorgt hij een avond vol humor en wetenschap. Kijk voor tijden, programma en tickets hier. Komt allen naar NEMO Science Museum en zegt het voort! Het programma is Engelstalig en geschikt voor iedereen die nieuwsgierig is (of dat wil worden).

Marc Abrahams met de Ig Nobelprijs van 2019. (Mike Benveniste)

* De laatste Ig Nobel Night met Marc Abrahams in NEMO was op 3 oktober 2015.

Met dank aan Universiteit van Amsterdam (Van der Waals-Zeeman Instituut) en NEMO Science Museum.

De natuur van Willem Kloos, gecorrigeerd

Alle (elf) hoofdstukken in mijn boek ‘De kikkerkamasutra’ beginnen met twee citaten/uitspraken van vorsers, schrijvers en/of andersoortige denkers die een raakvlak hebben met de thematiek van de teksten die ik in het betreffende hoofdstuk heb ondergebracht. Zo begint hoofdstuk 2 (Natuurgenot) met een uitspraak van schrijver/dichter Willem Kloos (1859-1938):

Ik hou van de natuur maar ik moet er wel iets te drinken bij hebben.

Willem Kloos, 1894

Deze leuke en treffende uitspraak zwerft al jaren rond op het internet en kende ik ook als opdruk van T-shirts die door verlorenwoorden.nl te koop worden aangeboden. In het hoofdstuk ‘Verantwoording en bronnen’ schreef ik hierover: ‘De bron van de spreuk […] heb ik niet kunnen vinden, maar hij is te leuk om dood te checken’. Ik heb dus geen moeite gedaan om in de geschriften van en over Willem Kloos naar de uitspraak te zoeken.

Deze laksheid mijnerzijds inspireerde twee lezers van ‘De kikkerkamasutra’ – Bart Bossers en Jos Joosten – om het wel uit te zoeken. En helaas, de spreuk van Willem Kloos is doodgecheckt. Kloos zei het feitelijk zo: 

Ik houd erg van een mooi uitzicht buiten, maar ik moet er iets bij te drinken hebben.

Bossers en Joosten vonden het terug in ‘Zachtjes knetteren de letteren’ van Jeroen Brouwers (1975) die als bron ‘Tim’s herinneringen’ van Aegidius W. Timmerman (1938) opvoerde. In de heruitgave uit 1983, nummer 84 in de privé-domein serie van de Arbeiderspers staat het zo:

Er is wat gepraat en gevochten en ook wat geschetterd om die gezellige leege portwijntonnen – maar om ons heen stonden de vólle – van Fricke’s Bodega in de Kalverstraat bij de Munt, onder het drinken van een – of meer – glaasjes Een-en-Twintig. Want wij waren toen echte stadsmenschen en hielden van dat glaasje. ‘Ik houd erg van een mooi uitzicht buiten,’ zei Willem eens in die dagen tot mij, ‘maar ik moet er iets bij te drinken hebben.’ Nu, dat vonden wij allen, die daar bijeen kwamen ‘s middags om een uur of vier.

Hoe en waar ‘de natuur’ ‘een mooi uitzicht buiten’ in de uitspraak van Kloos verving, is mij onbekend. Rob Schouten vermeldt in De Parelduiker (2003) de juiste versie maar merkt op ‘Dat dichters vaak meer nathalzen dan echte natuurliefhebbers zijn […]’. Wellicht is het kwaad daar geschied: ‘een mooi uitzicht buiten’ werd gelijkgesteld aan ‘de natuur’. Een versimpeling die mijn perceptie van de natuur bij lange na niet benadert.

In de tweede druk van ‘De kikkerkamasutra’ heb ik de foute uitspraak laten staan, maar in ‘Verantwoording en bronnen’ heb ik bovenstaande samengevat, onder dankzegging aan Bart Bossers en Jos Joosten.

Bronnen

Brouwers, J. (1975) – Zachtjes knetteren de letteren: een eeuw Nederlandse literatuurgeschiedenis in anekdoten – Synopsis, Amsterdam

Timmerman, A.W. (1983) – Tim’s herinneringen – privé-domein 84. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam (herdruk van de oorspronkelijke uitgave uit 1938, onder redactie van Harry G.M. Prick)

Schouten, R. (2003) – De schim in het speelhuis: Hoe het Kloos verder verging – De Parelduiker 8: 136-144

Nieuw boek: De kikkerkamasutra

Op 7 augustus 2024 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus mijn nieuwe boek De kikkerkamasutra. Stevig gebonden, full-color en 464 pagina’s, vol met korte en langere verhalen over ‘Dode dieren, bizar gedrag en meer natuurgenot’. De 188 stukjes, columns en verhalen die ik voor dit boek uit mijn archief heb geselecteerd bestrijken de volle breedte van mijn interesse in dier, mens, natuur, kunst en (vrolijke) wetenschap. Natuurlijk met de nodige dode dieren, stedelijk natuurschoon en een vleugje necrofilie. ‘Verzameld werk’ klinkt nogal pedant, maar dat is deze bundel eigenlijk wel. De flaptekst beschrijft het zo:

De McFlurry-egel, de Elastiekooievaar, de Verslikvis en de Mondkapmeeuw. Als museumbioloog geeft Kees Moeliker het dode dier een hoofdrol in zijn verhalen, maar ook de levende natuur – met name die van de stad – vormt voor hem een blijvende bron van inspiratie. Samen met zijn scherpe oog voor onwaarschijnlijk onderzoek, opmerkelijk diergedrag en natuur in de kunst staat dat garant voor een boek vol verhalen doorspekt met wetenschap, waarin hij op droogkomische wijze een geheel eigen geluid laat horen. Gaandeweg neemt hij ook onze kromme omgang met de natuur op de hak en haalt hij fel uit naar kunstgras, zwerfplastic, het eendenvoerverbod, exotenhaters, grasmaaiers, bladblazers en Blokker-kraaien.

De kikkerkamasutra is een boek over dode dieren met een verhaal, de rafelrandjes van dierenseks, de zoektocht naar de laatste schaamluis, buitengewone vorsers, vrolijke wetenschap, de geneugten van vogelzang en meer natuurgenot.

Dead Duck Day 2024

Het is alweer bijna Dead Duck Day (5 juni) en tijd om het dramatische voorval op 5 juni 1995 te herdenken en aandacht te vragen voor de miljarden vogels die zich jaarlijks wereldwijd tegen glas en glazen gebouwen doodvliegen. Helaas is er dit jaar door persoonlijke omstandigheden geen Dead Duck Day ceremonie bij het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Dat neemt natuurlijk niet weg dat iedereen waar dan ook om 17:55 uur, op wat voor manier dan ook, kan stilstaan bij Dead Duck Day. Er blijven namelijk doorlopend vogels tegen ruiten en glazen gebouwen vliegen, en dat blijft wereldwijd een doodsoorzaak met veel impact.

No Dead Duck Day ceremony at the Natural History Museum Rotterdam this year
I am sorry to inform you that this year, due to personal circumstances, I will not be able to celebrate Dead Duck Day (June 5th, 17:55h) at the Natural History Museum Rotterdam. Of course it is free to everybody, everywhere to have a moment of silence or any other event to commemorate the tragic death of the duck and billions of other birds that died in collision with windows and glass buildings. See for example here, in Seattle.

Dead Duck Day is approaching, again

Monday June 5th, 2023 is Dead Duck Day again. At exactly 17:55 h (CET) we will honor the mallard duck that collided with the glass facade of the Natural History Museum Rotterdam and became known to science as the first (documented) ‘victim’ of homosexual necrophilia in that species, and earned its discoverer (me) the 2003 Ig Nobel Biology Prize.

Dead Duck Day also commemorates the billions of other birds that die(d) from colliding with glass buildings, and challenges people to find solutions to this global problem.

After a pandemic break, Dead Duck Day is open to the public again. Please join the free, short open-air ceremony next to the new wing of the Natural History Museum Rotterdam (the Netherlands), right below the Dead Duck Memorial Plaque— the very spot where that duck (now museum specimen NMR 9989-00232) met his dramatic end.

Those who wear an original Dead Duck Day T-shirt have a chance to win a signed copy of the book ‘De eendenman’.

A six-course duck dinner, after the ceremony, at the famous Tai Wu restaurant is also open to the public (at your own expense).

During the covid pandemic Dead Duck Day had no audience.

Vijftig miljard vogels

Zondagochtend 29 januari 2023 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels deze column uit: dit is de uitgeschreven tekst, met bronnen: (hier ook te beluisteren)

Sinds de belangstelling van de mens voor vogels de gebraden kippenpoot en het zachtgekookte eitje overstijgt, is het bestuderen van onze gevederde vrienden een serieuze bezigheid. Vooral de vraag ‘hoeveel?’ houdt ontelbare aantallen vogelaars meer dan een eeuw bezig. Het begon in 1899 met het tellen van veren. De Amerikaan Richard McGregor was de eerste. Hij plukte een gors en een meeuw en deelde zijn telling met vakgenoten: 1.899 veren bij de gors en 6.544 bij de meeuw. Het veren tellen sloeg niet echt aan, want het duurde tot 1933 voordat een wilde eend uiterst secuur werd kaalgeplukt: 11.903 veren. In 1937 was het klaar. Het record dat toen werd gevestigd – 25.216 veren bij één fluitzwaan, waarvan 20.177 op de kop en nek – is nooit meer overtroffen.

Daarna probeerden vogelkundigen vast te stellen hoeveel verschillende vogelsoorten er wereldwijd zijn. Het tellen daarvan – letterlijk door het zoeken naar vogels in museumcollecties, vogelboeken en in wetenschappelijke vogeltijdschriften – duurde van 1931 tot 1987. Het leverde welgeteld 9.159 soorten op. Over dat getal is nu nog steeds discussie die voortkomt uit de hamvraag wat een vogelsoort nu precies is en hoe je dat vaststelt – met het oor, het oog en een meetlat of in een DNA-laboratorium. In 2016 gooiden vier Amerikanen de knuppel in het hoenderhok. Door ouderwets meten, modern moleculenpluizen en slim rekenen te combineren, verdubbelden zij het met de hand getelde aantal van 9.159 tot 18.043 verschillende soorten vogels. 

Tenslotte de vraag hoeveel individuele vogels er zijn. Dus alle in het wild levende vogels, waar dan ook, bij elkaar opgeteld. Het stuk voor stuk tellen van alle vogels is natuurlijk volstrekt onmogelijk, maar aan het eind van de vorige eeuw stond de teller niettemin ‘tussen de 200 en 400 miljard’. Die schatting, want dat blijft het, werd in 2021 (stevig onderbouwd) afgeroomd tot 50 miljard, met in de top drie 1,6 miljard huismussen, 1,3 miljard spreeuwen en 1,2 miljard ringsnavelmeeuwen. Vijftig miljard vogels. Het bijzondere van deze studie is dat de telresultaten ook zijn gebaseerd op laagdrempelige vogeltelevenementen zoals de Christmas Bird Count in Noord-Amerika, de Big Garden Birdwatch in het Verenigd Koninkrijk en – jawel – onze eigen Nationale Tuinvogeltelling die dit weekend gehouden wordt.

Het was de oervader van de natuurstudie Jac. P. Thijsse die in 1932 in het onvolprezen tijdschrift De Levende Natuur schreef: “Ieder jaar omstreeks Kerstfeest tijgen troepjes Amerikanen er één dag op uit, om vogels te tellen, zoowel soorten als individu’s. Men heeft het in ons land ook eens geprobeerd maar niet doorgezet, wat eigenlijk wel jammer is.” Thijsse moest eens weten. De Nationale Tuinvogeltelling startte in 2003 en maakt steeds meer mensen enthousiast voor vogels. In 2022 telden 170.000 deelnemers er ruim 2,4 miljoen, waaronder 450.000 huismussen, 300.000 koolmezen en 200.000 merels. 

Kom op luisteraars, help de wetenschap, loop naar het raam en tel een half uur vogels. Het kan nog zolang het licht is. Kijk, tel en voer de soorten en hun aantallen in op tuinvogeltelling.nl. Op naar de vijftig miljard!

Bronnen:

Amman, G.E. 1937 – Number of Contour Feathers of Cygnus and Xanthocephalus – The Auk 54: 201-202

Knappen, P. 1932 – Number of Feathers on a Duck – The Auk 49: 461

McGregor, R.C. 1902 – The Number of Feathers in a Bird Skin – The Condor 4: 17

Barrowclough G.F., Cracraft J., Klicka J., Zink R.M. 2016 – How Many Kinds of Birds Are There and Why Does It Matter? -PLoS ONE 11(11): e0166307. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0166307

Peters J.L. 1931 – Check-list of birds of the world. Vol. 1 – Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press

Paynter R.A. 1987 – Check-list of birds of the world. Vol. 16 – Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press

Corey T. Callaghan, Shinichi Nakagawa & William K. Cornwell, 2021 – Global abundance estimates for 9,700 bird species – PNAS 118 (21) e2023170118 https://doi.org/10.1073/pnas.2023170118

K. J. Gaston, T. M. Blackburn, 1997 – How many birds are there? – Biodivers. Conserv. 6: 615–625

Thijsse, J.P., 1932 – Vogels tellen – De Levende Natuur 37(4): 128

De kunstgrasschaaf

Op zondag 11 september 2022 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit. Hij is hier te beluisteren, en dit is de uitgeschreven tekst:

De ellende begon op 28 december 1965. Toen vroegen James Faria en Robert Wright in Amerika patent aan op hun uitvinding van een ‘Monofilament Ribbon Pile Product’. Wij kennen dat materiaal als kunstgras. Het was destijds bedoeld ter vervanging van natuurlijke grasmatten van sportvelden zodat er altijd – weer of geen weer – gespeeld kon worden. Het was sterk en bestand tegen intensief gebruik van schoenen met noppen. Een echte innovatie die werd doorontwikkeld tot kunstgras met de look-and-feel van echt gras. Even los van die akelige rubberkorrels die het milieu vervuilen, heb ik niets tegen sportvelden met kunstgras. Prima toch, lekker voetballen of hockeyen zonder hinder van modderplassen en regenwormenpoep? Maar zoals dat met alle belangwekkende uitvindingen gaat, kent ook kunstgras inmiddels huis-tuin-en-keukentoepassingen. En die lopen uit de hand. 

Terwijl klimaatneutrale groene daken niet aan te slepen zijn, voltrekt zich op grondniveau een ramp. Steeds meer gazons worden vervangen door kunstgras. Het moet gouden handel zijn. Ga maar eens kijken bij de Kunstgrasgigant, de Kunstgrasconcurrent, in het Kunstgrasdepot of bij welke andere surrogaatgrashal dan ook. De rollen die daar op klanten liggen te wachten, bedekken met gemak drie keer de Flevopolders. Er werken marketing-genieën die het assortiment aanprijzen met merknamen als ‘Aerdenhout Superieur’, ‘Blaricum Prestige’, ‘Bloemendael [sic!] Excellent’ en – jawel – ‘Rotterdam Grande’. Uitgekeken op dat eeuwige groen? Wat dacht u van turquoise, roze, paars of gewoon stemmig zwart kunstgras? Nee, als het zo moet met onze tuinen dan verlang ik terug naar de grindtegel. 

Ik denk dat de kunstgrashausse te maken heeft met de klimaatverandering. Je ziet je netjes onderhouden grasperk verdrogen waar je bij staat en denkt ‘weg met die grauwgele zoden, dan hoef ik ook niet meer te sproeien en te maaien’. Doe het niet, lieve luisteraars. Denk aan de merels en de wormen, en aan de springstaartjes in de verstikte bodem. En vergeet niet dat ook een grasperk, hoe klein ook, kooldioxide opneemt en broodnodige zuurstof produceert. 

In Zuid-Europa waar ze al wat langer met droogte te maken hebben, lusten ze wel pap van kunstgras. Daar is zelfs in stadsparken al veel natuurgras vervangen door onnatuurlijke bodembedekking. Het gevolg is een meetbare verarming van de vogelbevolking die als eerste werd vastgesteld bij de huismus, notabene de oerstadsvogel. Uiteindelijk stort er een compleet ecosysteem in.

En dat allemaal omdat kunstgras onderhoudsvrij is? Nee dus. Stadsecoloog Ton Denters vond vorig jaar in hartje Amsterdam een perceel kunstgras waarop 25 soorten wilde planten groeiden. Dat is twee keer zoveel als in een doorsnee natuurlijk grasveldje. Sommige van die pionierplanten waren tot vijftien centimeter hoog. Ook daar hebben uitvinders een oplossing voor gevonden: de kunstgrasschaaf. Hij bestaat, echt!